<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<rss version="2.0">
<channel>
<title>DAGELIJKS EVANGELIE</title>
<link>http://www.evangelizo.org/</link>
<description>Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service. </description>
<language>nl</language>
<lastBuildDate>Tue, 09 Mar 2010 17:41:02 +0100</lastBuildDate>
<copyright>copyrigth © evangelizo.org</copyright>
<image>
<title>EVANGELIZO</title>
<url>http://www.evangelizo.org/www/img-lang/croix.gif</url>
<link>http://www.evangelizo.org/</link>
<description>Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; Johannes 6,68 </description>
</image>
<item>
<title>Woensdag, 10 Maart 2010 : Lezing uit het boek Deuteronomium 4,1.5-9. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-10 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Nu dan Israël, gehoorzaam aan de bepalingen en voorschriften, die ik ga leren en volbreng ze, opdat gij moogt leven en het land moogt binnengaan en bezitten, dat Jahweh, de God uwer vaderen, u wil schenken.
Ziet, ik leer u de bepalingen en voorschriften, zoals Jahweh, mijn God, mij heeft bevolen, om ze getrouw te volbrengen in het land, dat ge nu in bezit gaat nemen.
Onderhoudt ze dus en leeft ze na! Want daarin zal uw wijsheid en inzicht bestaan in de ogen der volken, die, als zij al die bepalingen horen, zullen zeggen: Waarachtig, een wijs en verstandig volk is deze machtige natie!
Want welke machtige natie heeft een god zo nabij als Jahweh, onze God, ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen;
en welke machtige natie heeft zulke rechtvaardige bepalingen en voorschriften, als heel deze Wet, die ik u heden geef!
Waak dus met de grootste zorg, om niets te vergeten, van wat uw eigen ogen hebben aanschouwd; verlies het heel uw leven niet uit uw gedachten, maar prent het uw kinderen en kleinkinderen in.
</description>
<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Woensdag, 10 Maart 2010 : Psalmen 147,12-13.15-16.19-20. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-10 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Breng Jahweh lof, Jerusalem; Sion, loof uw God!
Want Hij heeft de grendels van uw poorten versterkt, Uw zonen binnen uw muren gezegend,
Hij is het, die de aarde zijn bevelen stuurt, En haastig rept zich zijn woord:
Die sneeuw als wolvlokken zendt, Zijn ijzel rondstrooit als as.
Hij maakte Jakob zijn geboden bekend, Israël zijn bevelen en wetten:
Zo deed Hij voor geen ander volk, Nooit heeft Hij hùn zijn wetten geleerd! Halleluja!
</description>
<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Woensdag, 10 Maart 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-10 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken.
Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht.
Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.
</description>
<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Woensdag, 10 Maart 2010 : Commentaar H. Hilarius </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-10 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      "Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen". De kracht en de macht van deze woorden van de Zoon van God omsluiten een diep mysterie.         De Wet schreef immers werken voor, maar al die werken waren gericht op de werkelijkheden die in Christus geopenbaard zouden worden: want het onderricht en de Passie van de Verlosser zijn de grote en mysterieuze bedoeling van de wil van de Vader. De Wet heeft, versluierd onder geïnspireerde woorden, de geboorte van onze Heer Jezus Christus aangekondigd, evenals zijn menswording, zijn Passie en zijn verrijzenis; de profeten en de apostelen leren ons meerdere keren dat van heel de eeuwigheid, heel het mysterie van Christus voorbestemd was om zich in onze tijd te openbaren...        Christus heeft niet gewild dat wij dachten dat zijn eigen werken iets anders zouden bevatten dan de Wetsvoorschriften. Daarom heeft Hij zelf bevestigd: "Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen". De hemel en de aarde... moeten verdwijnen, maar niet het kleinste gebod van de Wet, want in Christus vinden heel de Wet en de profeten hun vervulling. Op het moment van zijn Passie... heeft Hij verklaard: "Het is volbracht" (Joh 19,30). Op dat moment hebben alle woorden van de profeten hun bevestiging ontvangen.        Daarom bevestigt Christus dat zelfs het kleinste gebod van God niet opgeheven kan worden zonder belediging van God... Niets kan nederiger zijn dan het kleinste ding. En het nederigste van alles was de Passie van de Heer en zijn dood op het kruis. </description>
<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Maart 2010 : Lezing uit het boek Daniël 3,25.34-43. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-09 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>En midden in het vuur begon Azarias te bidden; hij opende zijn mond, en hij sprak: 
Ach, verstoot ons toch niet voor altijd Terwille van uw Naam, En verbreek toch niet uw verbond! 
Onthoud ons toch uw barmhartigheid niet, Terwille van Abraham uw vriend, Van Isaäk uw dienaar, van Israël uw heilige: 
Aan wie Gij beloofd hebt, hun kroost te vermeerderen: Als de sterren aan de hemel, En als het zand aan de oever der zee. 
Maar nu zijn wij voor alle volkeren vernederd, o Heer, En over de hele wereld om onze zonden verdr­ukt; 
Nu hebben wij geen koning meer, geen leider en profeet, Geen brand- geen slachtoffers, geen gave, geen wierook, ZeIfs geen plaats, om U de eerstelingen te bieden, En genade te vinden! 
Neem ons aan om ons vermorzeld hart en ootmoedige geest, 
Als kwamen wij met brandoffers van rammen en stieren; En alsof wij met tienduizenden vette lamme­ren kwamen, Zo moge onze offerande thans voor U gelden. Ach, laat haar U toch weer verzoenen, Opdat die op U vertrouwen, niet worden beschaamd. 
Thans volgen wij U van ganser harte; Wij vrezen U, en zoeken uw aanschijn. 
Beschaam ons dan niet, maar handel met ons naar uw goedheid, En naar de volheid van uw ontferming. 
Red ons door uw wonderwerken; Heer, verheerlijk uw Naam! 
</description>
<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Maart 2010 : Psalmen 25<font size="-2">(24)</font>,4-5.6-7.8-9. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-09 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Jahweh, toon mij uw wegen, En maak mij uw paden bekend;
Laat mij wandelen in uw waarheid, Onderricht mij, want Gij zijt de God van mijn heil. Op U blijf ik altijd vertrouwen, Om uw goedheid, o Jahweh!
Gedenk uw barmhartigheid, Jahweh; En uw ontferming, want ze zijn eeuwig!
Wees niet de zonden mijner jeugd en mijn fouten indachtig, Maar blijf mij gedenken naar uw genade.
Jahweh is goed en minzaam: Daarom wijst Hij de zondaars terecht.
De nederigen houdt Hij in het rechte spoor, Den eenvoudige toont Hij zijn pad;
</description>
<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Maart 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 18,21-35. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-09 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Nu kwam Petrus naar Hem toe, en sprak: Heer, hoe dikwijls moet ik mijn broeder vergeven, die tegen mij misdoet? Tot zeven keer toe?
Jesus zei hem: Niet tot zeven keer toe, zeg Ik u; maar tot zeventig maal zeven keer.
Daarom is het rijk der hemelen gelijk aan een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaars.
Toen hij met de afrekening was begonnen, bracht men er een binnen, die hem tienduizend talenten schuldig was.
Daar hij niets had om te betalen, beval zijn meester, hemzelf te verkopen met zijn vrouw en zijn kinderen en alles, wat hij bezat, en zó de schuld te vereffenen.
Maar de knecht viel hem smekend te voet, en zeide: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.
De heer had medelijden met dien knecht, liet hem gaan, en schold hem de schuld kwijt.
Maar toen die knecht was heengegaan, ontmoette hij een zijner medeknechten, die hem honderd tienlingen schuldig was; hij greep hem tot worgens toe bij de keel, en zeide: Betaal me wat ge schuldig zijt.
Zijn medeknecht viel hem smekend te voet, en sprak: Heb geduld met mij, en ik zal u betalen.
De ander wilde dit niet, maar ging heen, en liet hem in de kerker werpen, totdat hij de schuld zou hebben betaald.
Toen nu zijn medeknechten zagen wat er gebeurd was, werden ze diep bedroefd, en gingen hun meester alles vertellen.
Nu liet zijn heer hem roepen, en zei tot hem: Boze knecht, die hele schuld schold ik u kwijt, omdat ge het mij hebt gevraagd;
moest ook gij u dan niet ontfermen over uw medeknecht, zoals ikzelf mij over u heb ontfermd.
En in zijn toorn leverde de heer hem aan de beulen over, totdat hij de hele schuld zou hebben voldaan.
Zo zal ook mijn hemelse Vader met u handelen, als gij niet allen uw broeder van harte vergeeft.
</description>
<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Dinsdag, 9 Maart 2010 : Commentaar H. Johannes Chrysostomes </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-09 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      Christus vraagt dus twee dingen van ons: onze zonden veroordelen, anderen vergeven, het eerste doen vanwege het tweede; het tweede zal dan gemakkelijker zijn, want degene die aan zijn eigen zonden denkt zal minder streng zijn voor zijn tekortschietende metgezel. En niet alleen vergeven met de mond, maar "uit de grond van het hart", om het zwaard, waarmee we de ander dachten te doorsteken, niet tegen onszelf te gebruiken. Welk kwaad kan een vijand je doen, als dit vergelijkbaar is met wat je zelf doet?... Als je je laat gaan in je verontwaardiging en woede, dan zul je gewond raken, niet door de belediging die hij maakte, maar door de wrok die je erover hebt. 
 
      Zeg dus niet: "Hij heeft mij gekrenkt, hij heeft mij belasterd, hij heeft mij ontzettend veel aangedaan." Hoe meer je zegt dat hij je kwaad heeft gedaan, hoe meer je toont dat hij je goed heeft gedaan, aangezien hij jou de gelegenheid heeft geboden om je te zuiveren van je zonden. Zo ook, hoe meer hij je beledigt, hoe meer hij jou in staat stelt om van God de vergiffenis van je zonden te verkrijgen. Want als wij het willen, zal niemand ons kunnen beschadigen; zelfs onze vijanden verlenen ons zo een grote dienst... Beschouw dus hoeveel voordeel je trekt uit een belediging, die je nederig en met zachtheid ondergaat. 
</description>
<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Maart 2010 : Lezing uit het 2e boek der Koningen 5,1-15. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-08 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Er leefde toen een zekere Naäman, die legeroverste was van den koning van Aram. Hij was een man van invloed, en stond in hoog aanzien bij zijn heer, omdat Jahweh door hem aan de Arameën een overwinning geschonken had. Maar de man was melaats.
Nu waren er vroeger in het land van Israël aramese benden op strooptocht geweest, en hadden daar een nog jong meisje geroofd. Dit was nu in dienst bij de vrouw van Naäman.
Ze zei tot haar meesteres: Was mijn meester maar eens bij den profeet in Samaria; die zou hem wel van zijn melaatsheid genezen.
Nu ging Naäman naar zijn heer en sprak: Zo en zo heeft het meisje uit het land van Israël gezegd.
Toen zei de koning van Aram: Ga er dan heen; ik zal een schrijven zenden aan den koning van Israël. Hij ging dus op weg, en nam tien talenten zilver, zesduizend gouden sikkels en tien stel feestgewaden mee.
Aan den koning van Israël bracht hij een schrijven over van de volgende inhoud: Tegelijk met deze brief zend ik u mijn dienaar Naäman, opdat gij hem van zijn melaatsheid geneest.
Zodra de koning van Israël de brief had gelezen, scheurde hij zijn klederen en sprak: Ben ik dan een God, die kan doden en levend maken, dat hij een man naar mij toe stuurt, om hem van zijn melaatsheid te genezen? Ziet ge nu wel, dat hij een voorwendsel tegen me zoekt?
Toen de godsman Eliseus hoorde, dat de koning van Israël zijn klederen gescheurd had, liet hij den koning zeggen: Waarom scheurt ge uw klederen? Laat hem bij mij komen; dan zal hij zien, dat er een profeet is in Israël.
Naäman ging dus met zijn paarden en wagens naar Eliseus, en hield stil voor de ingang van zijn huis.
Maar Eliseus liet hem door een boodschapper zeggen: Ga u zeven maal wassen in de Jordaan; dan wordt uw vlees weer gezond en rein.
Hierover verstoord liep Naäman weg en riep uit: Ik had gedacht, dat hij zelf wel naar buiten zou komen, om over mij de naam van Jahweh, zijn God, aan te roepen, met zijn hand over de plek te strijken, en zo de melaatsheid te genezen.
Zijn de rivieren van Damascus, de Albana en de Parpar, soms niet beter, dan al de wateren van Israël! Kan ik daar niet gaan baden, om rein te worden? En hij keerde zich om, en ging toornig heen.
Maar zijn dienaren trachtten hem te overreden, en zeiden: Vader, wanneer de profeet u iets moeilijks had voorgeschreven, dan hadt ge het zeker gedaan. Waarom dan niet, nu hij zegt: "Was u en ge wordt rein."
Toen ging hij naar de Jordaan, en dompelde zich daar zeven maal onder, zoals de godsman gezegd had. En zijn lichaam werd weer als dat van een kind; hij was rein.
Nu keerde hij met heel zijn gevolg naar den godsman terug. Hij ging binnen, trad eerbiedig naar voren en sprak: Nu weet ik, dat er op de hele aarde geen God is tenzij in Israël! Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.
</description>
<pubDate>Mon, 08 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Maart 2010 : Psalmen 42,2.3.43,3.4. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-08 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Zoals een hert smacht naar de stromende wateren. Zo smacht mijn ziel naar U, o God!
Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God: Wanneer mag ik opgaan, en Gods aanschijn aanschouwen?
Zend uw licht en uw trouw: Zij zullen mij leiden, En voeren naar uw heilige berg en uw woning.
Dan zal ik naar Gods altaar mogen gaan, Naar den God mijner jubelende vreugde; En met de citer U loven, Mijn Heer en mijn God!
</description>
<pubDate>Mon, 08 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Maart 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 4,24-30. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-08 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Hij ging voort: Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt in zijn eigen geboortestad erkend.
Voorwaar, Ik zeg u: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef, zodat er over heel het land grote hongersnood heerste;
en toch, tot niemand van haar werd Elias gezonden. maar wel tot een weduwe te Sarepta van Sidónië.
Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van den profeet Eliseüs; en toch, niemand van hen werd gereinigd, maar wel Naämán, de Syriër.
Toen ze dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend;
ze sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te storten.
Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.
</description>
<pubDate>Mon, 08 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Maandag, 8 Maart 2010 : Commentaar H. Augustinus </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-03-08 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      De arme weduwe ging naar buiten om twee stukjes hout te vinden om daarop brood te bakken, en toen ontmoette Elia haar. Deze vrouw was het symbool van de Kerk; omdat een kruis gevormd wordt uit twee stukken hout, zij die ging sterven, zocht hoe ze eeuwig kon leven. Er is hier dus een verborgen mysterie... Elia zei tegen haar: "Ga, voedt mij eerst met uw armoede en uw rijkdommen zullen nooit uitgeput raken". Wat een gelukkige armoede! Als de weduwe hierbeneden al zo'n beloning heeft gekregen, op welke beloning kan ze dan wel niet terecht hopen in het andere leven! 
 
      Ik benadruk deze gedachte: reken er niet op om de vruchten van uw zaden te plukken gedurende de tijd dat u zaait. Hierbeneden zaaien we met veel moeite, wat ooit de oogst van goede werken zal zijn, maar later plukken we de vruchten in vreugde, zoals staat geschreven; "Hij gaat al wenende voort, die de zaadbundel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven" (Ps 126,6). Het gebaar van Elia naar de weduwe was inderdaad een symbool en niet haar beloning. Want als deze weduwe hierbeneden beloond was, omdat ze een man van God te eten had gegeven, dan zouden het nogal armoedige zaadjes zijn en een nogal magere oogst! Ze heeft slechts een tijdelijk bezit ontvangen: meel dat niet op raakt,en olie dat niet verminderde tot de dag waarop de Heer de aarde besproeit met zijn regen. Dat teken dat haar verleend is door God voor enkele dagen, was dus het symbool van het toekomstige leven waar onze beloning niet zal verminderen. God zal ons meel zijn! Zoals het meel van deze vrouw niet opraakte gedurende dagen, zal God ons niet ontbreken gedurende de eeuwigheid... Als u zaait in vertrouwen en zal uw oogst zeker komen; ze verschijnt later, maar als ze komt, dan zult u eindeloos oogsten. 
</description>
<pubDate>Mon, 08 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
</channel>
</rss>
