<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<rss version="2.0">
<channel>
<title>DAGELIJKS EVANGELIE</title>
<link>http://www.evangelizo.org/</link>
<description>Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service. </description>
<language>nl</language>
<lastBuildDate>Mon, 08 Feb 2010 17:41:08 +0100</lastBuildDate>
<copyright>copyrigth © evangelizo.org</copyright>
<image>
<title>EVANGELIZO</title>
<url>http://www.evangelizo.org/www/img-lang/croix.gif</url>
<link>http://www.evangelizo.org/</link>
<description>Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; Johannes 6,68 </description>
</image>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Februari 2010 : Lezing uit het 1e boek der Koningen 8,22-23.27-30. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-09 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Toen ging Salomon ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël voor het altaar van Jahweh staan, strekte zijn handen naar de hemel uit,
en sprak: Jahweh, God van Israël! Geen god boven in de hemel of beneden op aarde is gelijk aan U; want in goedertierenheid houdt Gij U aan het verbond met uw dienaren, die met geheel hun hart voor uw aanschijn wandelen.
Maar zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten; hoe dan dit huis, dat ik heb gebouwd!
Jahweh, mijn God, luister naar het bidden en smeken van uw dienaar, en hoor het geroep en het gebed, dat uw dienaar vandaag tot U richt.
Moge uw ogen dag en nacht over dit huis blijven waken, over de plaats, waarvan Gij gezegd hebt: "Mijn Naam zal daar wonen!" Hoor het gebed, dat uw dienaar op deze plaats tot U opzendt;
luister naar de smeekbede, die uw dienaar en Israël, uw volk, op deze plaats tot U richten. En wanneer Gij ze hoort, in de hemel, uw woonstede, verhoor ze dan ook, en schenk vergiffenis.
</description>
<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Februari 2010 : Psalmen 84,3.4.5.10.11. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-09 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Mijn ziel smacht van verlangen Naar de voorhoven van Jahweh; Mijn hart en mijn lichaam heffen een jubelzang aan Voor den levenden God!
Ook de mus vindt een woning, De zwaluw een nest, waar ze haar jongen kan leggen: Bij uw altaren, Jahweh der heirscharen, Mijn Koning en God.
Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, En eeuwig U loven!

Waarachtig, één dag in uw voorhoven Is beter dan duizend daarbuiten; Liever wil ik op de drempel van Gods huis blijven staan, Dan wonen in de tenten der bozen.
</description>
<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dinsdag, 9 Februari 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 7,1-13. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-09 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Toen kwamen de farizeën en sommige schriftgeleerden. die van Jerusalem waren gekomen, gezamenlijk naar Hem toe.
Zij zagen, dat enigen van zijn leerlingen brood aten met onreine, dat is met ongewassen handen.
De farizeën toch en alle Joden eten niet, zonder zich de vingertoppen te hebben gewassen, getrouw aan de overlevering der ouden;
en ze eten niets van de markt, zonder het eerst te besprenkelen; en vele andere dingen zijn er, die ze krachtens overlevering te onderhouden hebben, zoals het wassen van drinkbekers, kannen en koperen vaten.
De farizeën en de schriftgeleerden vroegen Hem dus: Waarom gedragen uw leerlingen zich niet naar de overlevering der ouden, en eten ze brood met onreine handen?
Hij sprak tot hen: Huichelaars; terecht heeft Isaias over u geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij;
ze eren Mij tevergeefs, daar ze leerstellingen voordragen, die menselijke geboden zijn.
Gods gebod verwaarloost gij, maar aan de overlevering der mensen houdt gij vast.
Nog sprak Hij tot hen: Het staat u fraai, Gods gebod te verkrachten, om uw overlevering door te zetten.
Want Moses heeft gezegd: "Eer uw vader en moeder", en: "Wie vader of moeder vloekt, moet sterven."
Gij echter zegt: Zo iemand tot vader en moeder zegt: "Korban (dat is offergave) is alles, waarmee ik u van dienst zou kunnen zijn",
dan mag hij volgens u niets meer voor zijn vader of moeder doen.
Zo verkracht gij Gods woord door uw overlevering, die gij blijft leren. En dergelijke dingen doet gij bij hopen.
</description>
<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Dinsdag, 9 Februari 2010 : Commentaar H. Thomas van Aquino </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-09 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      Dat ik niets verlang buiten U... Maak dat ik vaak mijn hart naar U richt en als ik zwak word, maak dat ik mijn fout met pijn overweeg, met de krachtige bedoeling om me te corrigeren. Geef me, Heer God, een waakzaam hart dat door geen enkele nieuwsgierige gedachte ver van U wordt weggevoerd; een nobel hart dat door geen enkele onwaardige affectie wordt verlaagd; een oprecht hart dat door geen enkele dubbelzinnige bedoeling afdwaalt; een krachtig hart dat door geen tegenstand wordt gebroken; een vrij hart dat niet door een onstuimige hartstocht wordt gedomineerd. 
 
      Geef mij, Heer mijn God, een intelligentie die U kent, een bereidwilligheid die U zoekt, een wijsheid die U vindt, een leven dat U bevalt, een volharding die met vertrouwen op U wacht en een vertrouwen dat U tenslotte zal bezitten. Geef me als boetedoening dat ik bedroefd ben om wat U hebt moeten doorstaan, om onderweg uw genadige weldaden te gebruiken, om van uw vreugde te genieten, vooral in het vaderland door uw heerlijkheid. O U, die God bent, leeft en heerst in alle eeuwen. Amen. 
</description>
<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Februari 2010 : Lezing uit het 1e boek der Koningen 8,1-7.9-13. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-08 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Nu riep koning Salomon de oudsten van Israël en alle stamhoofden en familievorsten der Israëlieten bij zich naar Jerusalem, om de verbondsark van Jahweh uit de Davidstad, of de Sion, naar haar plaats te brengen.
Zo trokken alle mannen van Israël naar koning Salomon op voor het feest, dat in de maand Etanim, de zevende maand, werd gevierd.
Toen nu al de oudsten van Israël gekomen waren, namen de priesters de ark op,
en brachten haar met de openbaringstent en al de heilige voorwerpen, die in de tent waren, naar boven; de levieten droegen met de priesters mee.
Koning Salomon zelf ging met al de Israëlieten, die zich bij hem hadden gevoegd, voor de ark uit, en offerde zoveel schapen en runderen, dat ze niet meer te tellen of te berekenen waren.
Daarop brachten de priesters de verbondsark van Jahweh naar haar plaats in het binnenste van de tempel, in het Allerheiligste, en zetten haar onder de vleugels der cherubs.
De cherubs spreidden dus hun vleugels over de ark uit, en overschaduwden de ark en haar draagstangen.
In de ark was niets dan de twee stenen tafelen, die Moses op de berg Horeb erin had gelegd; het waren de tafelen van het Verbond, dat Jahweh bij de uittocht uit Egypte met de Israëlieten gesloten had.
Zodra de priesters het Heilige hadden verlaten, vervulde een wolk het huis van Jahweh.
Door die wolk konden de priesters niet blijven staan, om hun dienstwerk te verrichten; want de glorie van Jahweh vervulde de tempel van Jahweh.
Nu sprak Salomon: De zon heeft Jahweh aan de hemel geplaatst, Maar zelf besloot Hij, in een wolk te vertoeven.
Zo kon ik het wagen, U een tempel te bouwen. Een huis, waar Gij eeuwig zult wonen! (Het staat in het Liederenboek.)
</description>
<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Februari 2010 : Psalmen 132<font size="-2">(131)</font>,6-7.8-10. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-08 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Zie, wij hoorden, dat zij in Efráta was, Wij vonden haar weer in de velden van Jáar;
Laat ons naar zijn Woning gaan, En ons voor zijn voetbank werpen!
Jahweh, trek op naar uw rustplaats, Gij zelf en de ark uwer glorie!
Mogen uw priesters met gerechtigheid worden bekleed, En uw vromen een jubellied zingen!
Om wille van David, uw dienaar, Wijs het gebed van uw gezalfde niet af!
</description>
<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Maandag, 8 Februari 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 6,53-56. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-08 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Toen ze de overkant hadden bereikt, kwamen ze in het land Gennézaret; daar legden ze aan.
Nauwelijks waren ze uit de boot gegaan, of men had Hem herkend.
En men liep die hele landstreek af; en als men hoorde, dat Hij ergens was, begon men de zieken op hun bedden daarheen te dragen.
Waar Hij ook kwam, in dorpen, steden of gehuchten, daar legden ze de zieken neer op de pleinen, en baden Hem, dat ze enkel de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden genezen.
</description>
<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Maandag, 8 Februari 2010 : Commentaar H. Cyrillus van Alexandrië </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-08 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      Zelfs om doden te laten verrijzen, vindt de Verlosser het niet genoeg om door zijn Woord te handelen, die toch drager is van de goddelijke bevelen. Voor dat zo prachtige werk, neemt Hij, als men dat zo kan zeggen, zijn eigen vlees als medewerkster om zo te tonen dat zij de macht heeft om het leven te geven, en om te laten zien dat ze één is met Hem: zij is immers zijn vlees, en niet een vreemd element. 
 
      Dat is wat er is gebeurd als Hij het dochtertje van het hoofd van de synagoge liet verrijzen, door tegen haar te zeggen: "Meisje, sta op!" (Mc 5,41). Hij heeft haar bij de hand genomen, zoals het geschreven staat. Hij heeft haar het leven teruggegeven, zoals God door een machtig bevel, en Hij heeft haar ook opgewekt door het contact met zijn heilig vlees – er zo van getuigend dat een zelfde goddelijke energie aan het werk is, zowel in zijn lichaam als in zijn woord. Zo ook op dezelfde wijze als Hij in de stad genaamd Naïn aankomt, waar men de enige zoon van de weduwe begroef, daar heeft Hij de doodskist aangeraakt en gezegd: "Jongen, ik zeg je, sta op!" ( Lc 7,14). 
 
      Zo kent Hij niet alleen de macht om de doden te laten verrijzen naar zijn woord, maar ook om te tonen dat zijn lichaam levendmakend is, raakt Hij de doden aan, en door zijn vlees laat Hij het leven overgaan naar hun dode lichaam. Als het enige contact met zijn heilig vlees, het leven teruggeeft aan een lichaam dat in staat van ontbinding is, welke genade zullen wij dan niet vinden door zijn levendmakende eucharistie wanneer wij van haar onze voeding maken? Zij zal hen, die eraan hebben deelgenomen, geheel omvormen in haar eigen zaligheid, welke de onsterfelijkheid is. 
</description>
<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Zondag, 7 Februari 2010 : Lezing uit het boek Isaïas 6,1-2.3-8. </title>
<category>LECTIO 1</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-07 - LECTIO 1</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>In het sterfjaar van koning Ozias aanschouwde ik den Heer, gezeten op een hoge en heerlijke troon; de sleep van zijn mantel bedekte heel de tempel. 
Serafs stonden om Hem heen, elk met zes vleugels; twee om het gelaat, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen. 
En ze riepen elkander toe: "Heilig, heilig, heilig is Jahweh der heirscharen; de hele aarde is vol van zijn glorie!" 
Van hun juichen trilden de drempels in hun voegen, en het hele huis stond vol rook. 
Ik riep uit: Wee mij, ik ben verloren! Want ik heb met mijn ogen den Koning, Jahweh der heirscharen, aanschouwd, ofschoon ik een mens ben met onreine lippen, en onder een volk met onreine lippen verblijf. 
Maar één der serafs vloog op mij af; met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen, 
raakte hij mijn mond aan, en sprak: Zie, zij heeft uw lippen geraakt; nu is uw schuld verdwenen, uw zonde vergeven. 
Nu hoorde ik de stem van den Heer: Wien zal Ik zenden, en wie zal gaan uit onze naam? Ik zeide: Hier ben ik; zend mij! 
</description>
<pubDate>Sun, 07 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Zondag, 7 Februari 2010 : Psalmen 138<font size="-2">(137)</font>,1-5.7-8. </title>
<category>PSALMUS</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-07 - PSALMUS</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Van David. Van ganser harte wil ik U danken, o Jahweh, U roemen hoog boven de goden: Want Gij hebt mijn smeken gehoord.
Ik werp mij neer, naar uw heilige tempel gericht, En verheerlijk uw Naam, Om uw genade en trouw.
Gij hebt onnoemelijk meer gedaan, dan Gij hebt beloofd; Gij hebt mij verhoord, toen ik tot U riep, En mijn zielskracht vermeerderd.
Alle koningen der aarde zullen U loven, o Jahweh; En als zij uw belofte vernemen,
Zullen zij de wegen van Jahweh bezingen. Waarachtig, groot is de glorie van Jahweh;
Gij behoedt mijn leven, als ik in ellende verkeer, Steekt uw hand uit, als mijn vijanden woeden, En uw rechter komt mij te hulp.
Jahweh, volbreng het voor mij ten einde toe: Jahweh laat uw genade duren voor eeuwig; Laat het werk uwer handen niet onvoltooid!
</description>
<pubDate>Sun, 07 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Zondag, 7 Februari 2010 : Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 15,1-11. </title>
<category>LECTIO 2</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-07 - LECTIO 2</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Broeders, ik herinner u aan het Evangelie, dat ik u heb gepreekt, dat gij ook hebt aangenomen, waarop gij gegrondvest zijt,
en waardoor gij zult worden gered, zo gij vasthoudt aan de zin, waarin ik het u heb verkondigd; in de veronderstelling althans, dat gij niet helemaal onnadenkend zijt gaan geloven.
Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ik zelf had ontvangen: Christus is voor onze zonden gestorven volgens de Schriften;
Hij is begraven, de derde dag is Hij verrezen volgens de Schriften;
en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, waarvan de meesten thans nog leven, en slechts enkelen zijn ontslapen.
Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, toen aan alle Apostelen.
Het laatst van allen verscheen Hij aan mij als aan de misdracht.
Ja waarlijk, ik ben de allerminste der Apostelen, niet waardig Apostel genoemd te worden, daar ik Gods Kerk heb vervolgd;
maar door Gods genade ben ik, wat ik ben, en de genade, die Hij me schonk, is niet ijdel geweest, maar meer dan alle anderen heb ik gezwoegd; niet ik, maar Gods genade met mij.
Of ik het nu ben, of de anderen: zó preken wij, en zó hebt gij het geloofd!
</description>
<pubDate>Sun, 07 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Zondag, 7 Februari 2010 : Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 5,1-11. </title>
<category>EVANGELIUM</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-07 - EVANGELIUM</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>Toen Hij eens aan de oever van het meer van Gennézaret stond, drong de menigte op Hem aan, om het woord Gods te horen.
Nu zag Hij twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren er uitgegaan, en spoelden de netten.
Hij stapte in een der boten, die aan Simon toebehoorde, en verzocht hem, een weinig van wal te steken. Hij zette Zich neer, en begon van de boot uit de menigte te onderrichten.
Toen Hij zijn toespraak had beëindigd, zei Hij tot Simon: Steek nu verder van wal, en werp uw netten uit voor de vangst.
Maar Simon antwoordde Hem: Meester, we hebben de hele nacht gewerkt, en niets gevangen; toch werp ik op uw woord de netten uit.
Ze deden het, en vingen zoveel vis, dat hun net er van scheurde.
Nu wenkten ze hun makkers in de andere boot, om hen te komen helpen. Ze kwamen, en vulden beide boten tot zinkens toe.
Toen Simon Petrus dit zag, viel hij Jesus te voet, en sprak: Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.
Ontzetting had hem aangegrepen over de vangst, die ze hadden gedaan; hem en allen die bij hem waren,
ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die tot de gezellen van Simon behoorden. Maar Jesus zei tot Simon: Vrees niet; van nu af zult ge mensen vangen.
Toen brachten ze de boten aan wal, verlieten alles, en volgden Hem.
</description>
<pubDate>Sun, 07 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item><title>Zondag, 7 Februari 2010 : Commentaar H. José Maria Escriva de Balaguer </title>
<category>MEDITATIO</category>
<guid isPermaLink="false">2010-02-07 - MEDITATIO</guid>
<link>http://dagelijksevangelie.org/</link>
<description>      Toen Jezus met zijn leerlingen samen de zee opging, dacht Hij niet alleen aan de visvangst. Daarom antwoordde Hij Petrus: "Wees niet bevreesd; voortaan zul je visser van mensen zijn". En, bij de nieuwe visvangst, zal de goddelijke hulp ook niet ontbreken: de apostelen zullen instrumenten van grote wonderen zijn, ondanks hun persoonlijke ellende. 
 
      Als wij dagelijks strijden om de heiligheid te bereiken in ons gewone leven, ieder in zijn eigen omstandigheden midden in de wereld en het uitoefenen van zijn beroep, dan durf ik te bevestigen dat de Heer van ons instrumenten maakt die in staat zullen zijn om wonderen te verrichten, en nog buitengewonere als dat nodig is. Wij zullen het licht aan de blinden geven. Wie zou niet vele voorbeelden kunnen geven van de wijze waarop een blinde, bijna vanaf zijn geboorte, het zicht terugvindt en het stralende licht van Christus ontvangt? De één was doof en de ander stom, ze konden niet horen of een enkel woord uitspreken in de hoedanigheid van kinderen van God...: nu konden zij horen en zij drukten zich uit als ware mensen... "In de naam van Jezus" herstelden de apostelen de krachten van een lamme die niet in staat was om iets nuttigs te doen...:"In de naam van de Heer, sta op en loop!" (Hand 3,6). Een andere, een dode, die reeds rook, had de stem van God gehoord, als bij het wonder bij de weduwe van Naïn: "Jongen, Ik beveel je, sta op" (Lc 7,14; Hand 9,40). 
 
      Wij zullen net als Christus wonderen doen, wonderen net als de eerste apostelen. Deze wonderen zijn misschien werkelijkheid geworden in u, in mij: misschien waren wij blinden, of doven, of lammen, of voelden wij ons dood, toen het Woord van God ons uit onze moedeloosheid heeft ontrukt. Als wij Christus liefhebben, als wij Hem werkelijk navolgen, als Hij de enige is die we zoeken, en niet onszelf, dan zullen we in zijn naam belangeloos kunnen overbrengen, wat wij belangeloos hebben ontvangen. 
</description>
<pubDate>Sun, 07 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
</channel>
</rss>
